Aan JAN vertelt ze over de lange weg naar herstel en geluk.

Door Leonie Collombon

GEPUBLICEERD OP JAN: 05/09/2026

Let op: in dit artikel wordt gesproken over suïcidale gedachten. Denk jij aan zelfdoding? Bel 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl.

Al op jonge leeftijd had Anika Rooke (nu 44) last van woede-uitbarstingen. Als peuter kon ze prikkels slecht verwerken, wat zich uitte in hevige driftbuien. Toen ze op achttienjarige leeftijd de diagnose borderline kreeg, viel veel op z’n plek.

Ze ging een jarenlang traject van verschillende therapieën in en werkte keihard om met deze persoonlijkheidsstoornis te leren leven. Vandaag de dag durft ze voor het eerst in haar leven te zeggen dat ze gelukkig is.

Anika volgde zestien jaar therapie voor haar borderline

‘Ik werd geboren met een verstoorde emotieregulatie en had hier als kind al last van. Volgens mijn ouders sloeg ik mijn hoofd tegen de muur als ik boos was, omdat ik niet wist hoe ik anders met die emoties om moest gaan. Van een iets latere leeftijd herinner ik me vooral dat ik altijd een bepaalde leegte voelde, en dat ik me anders voelde dan leeftijdsgenootjes.

Toen ik negen was, gingen mijn ouders scheiden. Achteraf gezien bleek dat een trigger voor hoe de komende jaren eruit zouden zien. Ik zag het totaal niet aankomen en had er veel verdriet en boosheid over, maar maakte mezelf wijs dat ik niet bij mijn ouders terecht kon omdat zij met hun eigen gevoelens bezig waren.

Eenmaal op de middelbare school leerde ik obsessief en kwam in een mentorgesprek naar voren dat het niet goed met me ging. Ik moest naar een psycholoog en kreeg de diagnose depressie en faalangst. Vanaf daar ging het een tijdje beter, maar uiteindelijk toch weer bergafwaarts: ik kreeg suïcidale gedachten, beschadigde mezelf, wilde niet meer naar school en viel veel af. Bij de crisisdienst van de GGZ werd ik echter niet serieus genomen. Ik kon goed uitleggen waarmee ik worstelde, waardoor ze dachten dat het allemaal wel meeviel.’

Triggers en woede-uitbarstingen

‘Dat was dus niet het geval: toen ik achttien was, zag mijn omgeving hoe slecht het echt met me ging. Mijn vader kwam toen zelf in actie, belde een kliniek waar ik terechtkon en waar de diagnose borderline werd vastgesteld. Ik zat er in een huis met 23 anderen die allemaal hun eigen psychische uitdagingen hadden. Hoewel ik er ook veel narigheid heb gezien, heeft die tijd me veel geleerd. Ik besloot daar dat ik definitief voor het leven wilde vechten.Het waren mijn therapiegenoten, die al verder in hun behandeling waren, die me tot dat besef deden komen. Ik herinner me een meisje dat meerdere familieleden aan zelfdoding was verloren. Na een intensief traject stond zij weer sprankelend in het leven, en dat bood mij een heleboel inspiratie. Als ik hard genoeg zou werken, zou ik daar ook misschien komen, dacht ik.

Uiteindelijk ben ik dertien maanden intern behandeld, maar daarna was mijn therapie nog lang niet klaar. Ik werd terug de maatschappij in gestuurd, maar had geen idee hoe ik met mijn borderline om moest gaan. Ondertussen werd mijn moeder ziek en overleed ze, wat nog eens een extra klap was.

Jarenlang volgde ik verschillende therapieën en probeerde ik mijn eigen stoornis te leren kennen. Dat heeft grote gevolgen gehad voor mijn familie; mijn vader, mijn zusje, haar man en mijn eigen man, die ik al kende voordat ik de kliniek in ging. Zij hebben woedeaanvallen en nog zoveel meer moeten doorstaan waar ik me enorm voor schaam. Omdat ik nog niet wist hoe ik met mijn borderline moest omgaan, waren er veel triggers die een uitbarsting veroorzaakten.’

Leren leven met borderline

‘Dat zij altijd achter mij zijn blijven staan, heeft een grote bijdrage aan mijn herstel geleverd. Ik zie de pijn die ik de mensen van wie ik hou heb aangedaan als een zwarte bladzijde in mijn leven.

Het is lastig om zestien jaar therapie samen te vatten. Mijn proces verliep met vallen en opstaan, maar elke stap heeft bijgedragen aan mijn herstel. Ik heb nog steeds borderline, maar weet nu wat de triggers zijn en kan de heftige emoties die ik regelmatig ervaar beter beheersen. Dat zit ‘m in simpele dingen, zoals een stuk wandelen of een film kijken als ik boosheid of verdriet voel opkomen. Maar ook erover praten met mijn man of een kalmeringsmiddel nemen helpt.

Het belangrijkste vind ik dat ik dankzij dit herstel de mensen in mijn omgeving geen pijn meer doe en dat ik zelf rust in mijn hoofd heb. Maar ik heb er ook andere dingen voor teruggekregen: na jaren zonder werk ga ik volgend jaar een reïntegratietraject in, sinds 2017 geef ik lezingen over mijn ervaringen en ik schreef er een boek over, Over the borderline.

Leren leven met deze stoornis is knap lastig, en het zou nog lastiger zijn geweest als ik geen steun uit mijn omgeving had gekregen, maar het is mogelijk. Ondanks mijn psychische kwetsbaarheid ben ik nu gelukkig.’