Het is alweer een tijdje geleden dat ik schreef over de voortgang van mijn boek. Dat wil gelukkig niet zeggen dat ik de afgelopen maanden niets gedaan heb, maar alles bij elkaar opgeteld had ik eigenlijk al veel verder willen zijn in mijn schrijfproces. Op Facebook zie ik collega-schrijvers voorbij komen die binnen een paar maanden de eerste opzet van hun boek af hebben, terwijl ik voor mijn gevoel maar een beetje aanrommel. Ik zal moeten accepteren dat het schrijven van mijn levensverhaal mij meer tijd kost. Ik ben niet in staat om pakweg 20 tot 30 uur in de week achter de computer te zitten.

Mijn stemmingswisselingen, eeuwige vermoeidheid en andere psychische ballast maken dat ik wekelijks niet zoveel meters kan maken als dat ik graag zou willen. Aan de andere kant heb ik ook wel angst voor het zwarte gat. Wat als mijn boek ooit af is en mijn allergrootste droom realiteit is geworden? Wat dan? Zou het me iets gebracht hebben? Zou ik dan vervolgens aan een nieuw boek beginnen? Voor nu probeer ik me er niet al teveel op te focussen, want ik heb voorlopig nog bergen werk te verzetten. En wie weet hoe ik er over een paar jaar bij zit?

Wie schrijft, wil gelezen worden. Als tiener zag ik het al helemaal voor me. Mijn manuscript zou door een populaire uitgeverij opgepakt worden, mensen zouden ervoor in de rij staan om de eerste druk te bemachtigen en als ik een willekeurige boekhandel in liep, zou ik mijn meesterwerk op een prominente plek zien liggen. Het zou positieve recensies regenen en de media zouden vechten om een interview met mij. Ik hoef natuurlijk niet te benoemen dat mijn boek een bestseller werd en ook het buitenland interesse had.

Hoe ouder ik werd, hoe meer ik inzag dat dit wel een erg rooskleurige, maar vooral onrealistische kijk op de werkelijkheid was. En toch bleef dit beeld lonken. Ik durf zelfs wel te bekennen dat ik tot voor kort – diep vanbinnen – die droom nog steeds najoeg. Waarom? Dat zou me een goed gevoel over mezelf geven, ik zou iets voorstellen, mensen zouden tegen me op kijken en ik zou mijn leven lang kunnen teren op alle mooie woorden.

Oké… niet echt een zuivere reden om een bestseller op je naam te willen hebben. Bovendien weet ik heus wel dat roem en succes vergankelijk zijn en het onhaalbaar is om bij ieder mens in de gratie te vallen. Pas toen ik dat allemaal echt durfde te verdragen, viel er een grote last van me af en kwam mijn liefde voor het schrijven – daar waar het ooit als kind allemaal mee begonnen is – in optima forma terug.

Inmiddels schrijf ik nu in de eerste plaats voor mezelf. Het zijn mijn verhalen met mijn gekozen woorden en als ik daarmee ook anderen raak is dat mooi meegenomen, maar niet meer mijn voornaamste doel. Tijd om schoon schip te maken en overtollige last overboord te gooien. Het geeft een goed gevoel om niet langer een dubbele agenda te hebben, die overigens vooral uit een negatief zelfbeeld is voortgekomen.

Maar goed, al doende leert men en dat geldt ook voor mij. Het is niet altijd makkelijk, maar ik blijf me ontwikkelen en wordt steeds transparanter. Wat de toekomst me gaat brengen, weet ik niet, maar voorlopig blijf ik lekker doorschrijven – zonder al teveel verwachtingen!